![]() |
nederlandse
inhoud |
![]() |
||||||
Hans G. Kresse |
||||||
![]() Erik, de man uit het noorden (Tom Poes Weekblad, jaargang 1, nr. 3, 12-12-1947) |
||||||
Hans Kresse (Amsterdam, 3 december 1921 - Doorwerth, 12 maart 1992) wordt gezien als één van de grootste steunpilaren van het Nederlandse stripwezen, in binnen- en buitenland beschouwd als een van de beste realistische striptekenaars ter wereld. Zijn eerste strips werden gepubliceerd in het padvindersblad de Verkenner: 'Tarzan van de Apen' (1938-1940) en 'Tom Texan' (1940). |
||||||
![]() Robby (Trouw, 1946) |
||||||
In 1944 ging Kresse bij de Toonder Studio's werken en vlak na de oorlog verscheen van zijn hand de dierenstrip 'Robby' (hiernaast), in Trouw (3 verhalen, 1945-1946), waarin nog duidelijk de invloed van Marten Toonder te bespeuren valt. |
||||||
|
||||||
Veel minder was dat het geval met twee verhalen die in 1946 in boekvorm gepubliceerd werden, namelijk het indianenverhaal 'De Gouden Dolk' en de komische strip 'Per Atoomraket naar Mars'. |
||||||
![]() Aankondiging in Het Laatste Nieuws, 3 juli 1946 |
||||||
In datzelfde jaar startte Kresse de strip die hem zijn grootste bekendheid zou brengen: 'Eric de Noorman'. Deze historische tekststrip verscheen voor het eerst op 4 juli 1946 in de Vlaamse krant Het Laatste Nieuws en zou, tot zijn verdwijning in 1964, 67 verhalen gaan tellen. |
||||||
![]() Eric de Noorman - De Steen van Atlantis |
||||||
Al spoedig begonnen er oblong boekjes te verschijnen met de (soms ingekorte) avonturen van Eric de Noorman. Nadat Eric de Noorman als tekststrip was stopgezet in 1964, hervatte Kresse diens avonturen in 1966 in Pep als balloonstrip, onder de titel 'Erwin, de zoon van Eric de Noorman'. |
||||||
![]() Eric de Noorman |
||||||
Na een aantal korte verhalen beleefden Eric en Erwin in 1969 hun eerste lange avontuur (1970-1971), gevolgd door een tweede (1974 - 1975) en een derde, dat echter niet werd voltooid. Van Erwin verscheen bij de Geïllustreerde Pers het album 'Erwin de Vrijbuiter' (1970) en door Unieboek werden alle korte verhalen gebundeld in de delen 'De Banneling', en 'De Duivel Uit Het Ven' (1973). |
||||||
![]() ![]() De Grote Otter, door Hans Kresse |
||||||
Hoewel 'Eric de Noorman' de bekendste creatie van Hans G. Kresse genoemd mag worden, heeft hij nog vele andere strips op zijn naam staan. In 1947-1948 tekende hij voor het Tom Poes-weekblad (waarin Eric ook verscheen) de mythische avonturen van 'Xander', terwijl in 1947 tevens het indianenboek 'De Grote Otter' verscheen. |
||||||
![]() Matho Tonga |
||||||
Een jaar later begon Kresse met 'Matho Tonga', waarin hij zich krachtig afzette tegen de houding die door de blanken te opzichte van de Noordamerikaanse Indianen werd en wordt ingenomen. Van 'Matho Tonga' verschenen drie verhalen. In 1977 werden deze verhalen in boekvorm uitgegeven door Oberon. In het Tom Poes-weekblad verscheen in 1950 de detectivestrip 'Kommer' en in 1954 werden in verschillende dagbladen stripversies gepubliceerd van 'De Zoon van het Oerwoud' en 'Schatteneiland', samengesteld uit illustraties die Kresse bij tekstverhalen in het weekblad Donald Duck had getekend. In 1957 maakte hij voor Olidin de korte strip 'Roland de Jonge Jager' en in 1959-1960 maakte hij enkele verhalen van 'Pim en de Venusman'. |
||||||
![]() 'Pim en de Venusman' |
||||||
In 1964 begon Hans Kresse medewerking te verlenen aan Pep, waarvoor hij een aantal afleveringen tekende van 'Zorro' (1964-1967) en van 'Spin en Marty' (1965). Later tekende hij voor Pep 'De Boogschutter' (1965) en startte hij een serie over de Napoleontische detective 'Vidocq' (1965-1970) wiens avonturen gebundeld werden in twee albums. Voor Revue tekende hij acht verhalen gebaseerd op de televisieserie Bonanza (1965-1966). In 1970 keerde hij weer terug naar de Indianen, toen hij voor Pep het korte verhaal 'Minimic' tekende, in de jaren daarop gevolgd door de lange verhalen 'Mangas Coloradas' (1971-1972) en 'Wetamo' (1972-1973). |
||||||
![]() Indianenreeks |
||||||
In 1973 begon hij voor uitgeverij Casterman aan zijn Indianenreeks, waarin hij de geschiedenis van de Noordamerikaanse Indianen hoopte te schilderen, vanaf hun eerste contacten met de blanken tot hun uiteindelijke ondergang. De Indianenreeks verscheen tot 1978 onmiddellijk in albumvorm, zonder voorpublicatie in tijdschriften, maar het zevende verhaal, 'De Goudgieren', werd eerst in Mickey Maandblad gepubliceerd (1978). Daarnaast startte Hans Kresse in 1977 de historische serie 'Alain d'Arcy', in Pep, waarin magische elementen de hoofdrol spelen. Naast zijn gigantische stripproductie heeft Hans Kresse talloze illustraties gemaakt voor diverse magazines. Ook van vele boeken tekende hij de illustraties en de omslagen. Terecht wordt Hans G. Kresse in eigen land en ver daarbuiten gezien als een van de allerbeste realistische striptekenaars, die als inspiratiebron heeft gediend voor vele andere tekenaars. |
||||||
![]() Origineel voor Eric de Noorman omslag |
||||||
| Meer over Hans Kresse: | ||||||
| 1940-1945: krantenstrip 1945-1950: krantenstrip Toonder Studio's Tom Poes Weekblad 1950-1960: comics Donald Duck 1950-1960: tijdschriften Eppo Engelse biografie in de Comiclopedia Register van tekenaars |
||||||
![]() Hans G. Kresse en Kees Kousemaker |
||||||
inhoud > 1800 > 1900 > 1920 > 1930 > 1940 > 1945 > 1950 > 1960 > 1970 > 1980 > 1990 > 2000
|