Nederlandse StripgeschiedenisSjors

Sjors (van de Rebellenclub)

De eerste Sjors uit 1930Sjors uit 1941Sjors uit 1950
In de twintiger jaren wordt de Amerikaanse krantenstrip 'Perry and the Rinkydinks' van Martin Branner in Nederland geïntroduceerd onder de titel 'Sjors van de Rebellenclub'. Deze strip is de zondagspagina van Branner's populaire 'Winnie Winkle', van wie Perry een broertje is. Sjors slaat dermate aan in de Lage Landen dat er al gauw Nederlandse tekenaars aan het werk worden gezet om nieuwe avonturen te tekenen. In 1930 presenteert het blad Panorama een aparte wekelijkse stripbijlage die de naam Sjors draagt.

Perry Winkle
De oorspronkelijke Sjors:
Perry Winkle van Martin Branner
Ukkie Wappie
Het figuurtje dat we kennen als Sjors komt begin jaren dertig ook in een ander, Belgisch tijdschrift voor, maar dan onder de naam Ukkie Wappie, waarvan we de tekenaar niet kennen. Het is mogelijk dat deze strip door verschillende tekenaars is getekend (getuige het verschil in stijl tussen het plaatje hierboven en hieronder). Er wordt zelfs gefluisterd dat Marten Toonder eraan meegewerkt zou hebben.
Ukkie Wappie
Naast Amerikaanse import verschenen in Sjors onder andere strips van Boy ten Hove ('Jan Klaas'), Piet Broos ('Tommie's Avonturen') en B.J. Reith ('Monki's reis om de wereld'). Mies Deinum verzorgde illustraties aan het eind van de jaren dertig.

Hiernaast: een cover van Boy ten Hove, 1940
Sjors, cover door Boy ten Hove
Vanaf 15 september 1950 heet het blad "De Rebellenclub". De belangrijkste strips in die periode zijn 'Uit de luierjaren van Sjors' (een gagstripje van Frans Piët), 'Pier Paniek en Suzie Rebel, het zusje van Sjors' (Bouwman) en 'Olaf Noord' (Bert Bus). De Rebellenclub bestaat tot 4 september 1954. Dan verschijnt het eerste nummer van een nieuw stripblad: Sjors van de Rebellenclub.
Pier Paniek en Suzie Rebel

Sjimmie ontmoet zijn ouders
Sjimmie ontmoet zijn ouders: deze strip verscheen in Panorama

de eerste Sjors van de Rebellenclub, 1954 Op 11 september 1954 gaat Sjors van de Rebellenclub, in de dertiger jaren ontstaan als bijlage van de Panorama, zelfstandig door als voortzetting van Rebellenclub, Grabbelton en Tombola. Een groot deel van de inhoud wordt geïmporteerd uit Engeland ('Mik en Mak', 'Ted en Tom', 'Archie, De Man van Staal' en 'Billy Turf') en later uit Spanje en Frankrijk ('Karl May', - 'Toosje Tontel' en 'Tiger Joe'). Vaste Nederlandse tekenaars zijn Bert Bus ('Olaf Noord', 'Skokan', 'Theban', 'Cliff Rendall' en verschillende historische verhalen), Carol Voges ('Dinky', 'Bertram') en natuurlijk Frans Piët ('Sjors en Sjimmie').

Sjors, door Hans Ducro
Een vroege Sjors, door Hans Ducro

De eerste Sjors in full-color, 1960 Hiernaast: de eerste Sjors in kleur, 1960
In 1969, als blijkt dat veel lezers overstappen naar stripblad Pep (met populaire series als 'Asterix', 'Kuifje' en 'Lucky Luke'), maakt het blad een nieuwe start. Door populaire strips te gaan herdrukken uit vooral Robbedoes ('Guust', 'Bollie en Billie', 'Guus Slim' en 'Sammy') hoopt het blad zijn lezers terug te halen. Nieuwe verhalen verschijnen van 'Arad en Maya' (Jan Steeman en Lo Hartog van Banda), 'Brammetje Bram' (Ryssack), 'De Donderpadjes' (Berck).

Cover Carol VogesSjors 1963, cover van Carol Voges
Bert Bus tekent nieuwe verhalen van 'Archie, De Man van Staal' en introduceert zijn nieuwe held Stef Ardoba. 'Sjors en Sjimmie' wordt in eerste instantie overgenomen door Jan Kruis en later voortgezet door Jan Steeman. De meest populaire strip in deze periode is 'Opkomst en Ondergang van het Keizerrijk Trigië' door Don Lawrence. Ondanks deze modernisering houdt het blad in 1975 op te bestaan en gaat het op in het nieuwe weekblad Eppo.

Sjors en Sjimmie door Jan Steeman
Sjors en Sjimmie door Jan Steeman

Sjors wordt Eppo

De populariteit van de stripfiguren 'Sjors en Sjimmie' is nog steeds niet afgenomen. Na het verdwijnen van het weekblad Sjors doken zij weer op in Eppo, dat in 1988 de naam veranderde in Sjors en Sjimmie Stripblad en liep tot begin 1999.
Cover Gerrit de Jager, 1991Cover Windig & De Jong, 1991Cover Peter de Wit, 1991
Dit tijdschrift kreeg vooral bekendheid onder de naam Sjosji, maar heette de laatste driekwart jaar van zijn bestaan Striparazzi, in een wanhopige poging nieuwe lezers te winnen. In het begin van die elf jaren konden gevestigde namen als Dick Matena en Fred Julsing uitpakken met meeslepende avonturen - Matena met 'Alias Ego' en 'Grote Pyr'; Julsing met 'Tuimel'.

SjosjiStriparazzi
voorplaten voor Sjosji en Striparazzi van respectievelijk Luc Cromheecke en Mars Gremmen.

De volgende generatie wist ook van wanten: Gerrit de Jager kwam met 'Sneek', 'Roel en zijn Beestenboel' en 'LiefdenGeluk'; Hein de Kort wist zijn paarse aap 'Jean-Pierre' ongenadig grappig te houden. Ook de jongere mannen konden er wat van: de altijd nostalgische Gerard Leever en Kees de Boer maakten 'Het Felix Flux Museum'; Hanco Kolk plaatste het lezerspubliek voor moordraadsels met 'Inspecteur Netjes', terwijl collega Peter de Wit asociaal Nederland op de hak nam met 'De Familie Fortuin'.

Heinz
Ook Heinz van Windig & De Jong verschijnt in Sjors en Sjimmie

De jongste garde Nederlandse tekenaars bewandelde het spannende pad tussen experiment en mainstream: Mark Retera bracht ons 'DirkJan'; Mars leefde zich uit in 'Trix' en 'Popi de Clown', en Marc van der Holst vermaakte met de onpretentieuze 'Spekkie Big'. 'Sjors & Sjimmie' zijn gestaag gemoderniseerd; tot 2000 verschenen er nog regelmatig albums van de hand van de Wiroja's (Wilbert Plijnaar, Robert van der Kroft en Jan van Die), die het duo aan de gang hielden met fietssteppen en mobieltjes.
Sjors en Sjimmie in 1991
Sjors en Sjimmie in 1991

Medewerkers Sjors
Een middagje in het Singer Museum in de jaren zestig:
van links naar rechts: Bert Bus, Ab Schatorjé,
Harry Balm, Frans Piët en Nic. van Dam.

Register van tijdschriften
PepDonald DuckEppo