  |
De Toonder Studio's
|
 |
'Fiedelflier in het Land zonder Vreugde' werd door de Toonder Studio's (Ben van 't Klooster) voor de Spar gemaakt rond 1948. De stroken konden worden gespaard bij de Spar-kruidenier en ingeplakt in een album. "Als moeder steeds de boodschappen bij "De Spar" doet, dan zijn er iedere week nieuwe avonturen van onze Fiedelflier".
|
In juni 1942 brachten Marten Toonder en Joop Geesink hun studio's tesamen in de Toonder-Geesink Studio's, met de bedoeling om er opdrachtfilms in stop-motion technieken, zoals tekenfilms en poppenfilms, te gaan maken. In 1943 kwam er echter een splitsing tussen poppenfilm (Geesink) en tekenfilm (Toonder). Eind 1944 staakte Marten Toonder de publicatie van Tom Poes strips in De Telegraaf, omdat een SS-er de leiding van het dagblad overnam. Marten Toonder legde zich volledig toe op het verzet, en de naam van zijn studio's werd een dekmantel voor de illegale drukkerij D.A.V.I.D. (De Algemene Vrije Illegale Drukkerij).
|
 |
In het voorjaar van 1946 ging de studio opnieuw van start. Naast Marten Toonder werkten er ook Toonders broer Jan Gerhard en Toonders vrouw Phiny Dick, en later kreeg zelfs Toonders vader een erebaantje als commissaris van de N.V.
|
 |
 |
In 1948 maakte de tekenfilmafdeling van de Toonder Studio's een aantal reclamefilms in opdracht van Philips. De films werden in kleur uitgebracht en hadden elk een speelduur van vier minuten. In 'Tom Puss and the Haunted Castle' bieden Tom Poes en Heer Bommel hulp in een kasteel dat wordt geteisterd door een schaduwenplaag. Door een Philips gloeilamp te ontsteken brengt onze jonge vriend uitkomst - de schaduwen verdwijnen als sneeuw voor de zon. |
|
Na de oorlog begon de opleving van het stripverhaal. 'Tom Poes' verscheen in het NRC en de snel in oplage stijgende Volkskrant. Er werden vele nieuwe strips opgezet, waaronder 'Olle Kapoen' (Phiny Dick) en 'Kappie' eind 1945, en 'Panda' in 1948. De Telegraaf, die in de oorlog 'Tom Poes' had gepubliceerd, wilde ook weer een Toonderstrip en na overleg werd besloten dat 'Koning Hollewijn' in deze krant kwam te staan, vanaf maart 1954.
|


 |
In november 1947 kwamen de Toonder Studio's met een eigen weekblad op de markt: Tom Poes Weekblad. Bijna alle vaste en freelance werknemers deden mee. Het blad liep in eerste instantie niet slecht, maar dat werd in de loop der jaren steeds minder. Het oprichten van de Tom Poes-club en de Liga van Tom Poes en Bommel-vrienden kon daar weinig aan veranderen. De laatste poging om het blad onder de naam Bommelbode via de Volkskrant te verkopen werd al na twaalf nummers opgegeven.
|
  |
Aan Tom Poes Weekblad werkten onder andere mee: Wim Lensen ('Professor Eureka'), Piet Wijn ('De Zwarte Hertog'), Frits Godhelp ('Bas & van der Pluim'), Hans G. Kresse ('Xander'), Cees van de Weert ('Marco Polo'), Ben van Voorn en Henk Sprenger ('Piloot Storm').
|
 |
PumPum, genoemd naar een van de figuren uit Kresse's Eric de Noorman, was een weekblad dat aanvankelijk zelfstandig verscheen, en na 96 nummers een jeugdbijlage bij de Belgische krant Het Laatste Nieuws werd, vanaf 1953. Hierin verscheen 'De Jeugd van Eric de Noorman', geschreven door Hans G. Kresse en D. Huizinga. Verder stond er werk in van andere Toonder-werkers, zoals Wim Lensen, Henk Sprenger, Gerrit Stapel en James Ringrose. |
|
In 1951 werd besloten een punt achter de uitgave van Tom Poes Weekblad te zetten. De strips liepen wel, maar het binnenkomende geld werd voor het overgrote deel door de verlies draaiende tekenfilmafdeling opgeslokt. Dit zat niet iedereen even lekker, onder andere Ton de Zwaan, die als zakelijk compagnon verantwoordelijk was voor de verkoopsuccessen van strips in het buitenland (vooral 'Panda' was een wereldwijde hit), waarmee hij internationaal de reputatie van Nederland als stripproducerend land vestigde.
|
 
links: Henk Kabos met Tekko Taks, die hij samen met James Ringrose tekende
rechts: Ton de Zwaan
|
In 1953 was het genoeg geweest voor Ton de Zwaan. Toonder en hij gingen als heren uiteen, en De Zwaan richtte zijn eigen syndicaat op, het Swan Feature Syndicate. Hij nam enkele tekenaars van de Toonder Studio's met zich mee, onder andere Hans G. Kresse ('Eric de Noorman'), Henk Sprenger ('Kick Wilstra') en Henk Alleman.
|
 |
Ondanks deze verzwakking ging het nog steeds goed met de Toonder Studio's. Toonders ideeënmensen, zoals Waling Dijkstra, Dirk M. Huizinga en Lo Hartog van Banda, die samen met Toonder zelf de zogenaamde "Brain Trust" vormden, zorgden voor de regelmatige toestroom van nieuwe ideeën voor verhalen. Met een groot aantal tekenaars en schrijvers werd de productie voortgezet en in de vijftiger en zestiger jaren flink uitgebreid. Een van de schrijvers van de Toonder Studio's was Harry van den Eerenbeemt, die begin jaren vijftig in dienst kwam en tot 1961 als freelancer voor de studio bleef werken. Hij schreef onder andere tientallen verhalen van 'Kappie', geïllustreerd door Ton Beek, en de dagstrip 'Marion' die in de Telegraaf verscheen, geschreven door Jan Wesseling en getekend door Thé Tjong-Khing.
|

Uit: 'Tom Poes en de Stamboom', verscheen in Revu
|
In de kranten verschenen verschillende strips van Toonder-tekenaars. Gerrit Stapel, George Mazure, Jan van Haasteren, Jan Wesseling, Dick Vlottes, Gerard Soeteman, Thé Tjong-Khing, Andries Brandt, Richard Klokkers en Jan van Reek werkten aan series zoals 'Floris', 'Student Tijloos', 'Myra van Dijk', 'Marion', 'Horre, Harm en Hella' en 'Martin Evans'. Het inktwerk voor de Tom Poes-dagstrip werd voortgezet door onder andere Fred Julsing en Dick Matena.
|
 |
In de zeventiger jaren geven uitgeverij Arboris en Het Stripschap de Toonder-krantestrips opnieuw uit in albumvorm. Bij 'Horre, Harm en Hella' van Andries Brandt schreef Marten Toonder het volgende:
"Andries Brandt is een begaafd schrijver-tekenaar, en één van de boeiendste artisten waarmee ik heb mogen werken. Weliswaar verbergt hij zijn kwaliteiten achter een volstrekt normaal uiterlijk. Zijn kleding is eerder conservatief dan hip, en zijn gelaat, dat niet door bovenmatige haargroei aan het oog wordt onttrokken, spreekt van ernst en diepe gedachten. Zijn woorden komen kalm en weloverwogen te voorschijn - en bij besprekingen valt hij op door zijn bezadigd zwijgen.
In het begin van onze samenwerking heb ik mij door dit optreden laten misleiden, maar langzamerhand werd het duidelijk dat achter dit optreden een wereld schuil ging die de buitenstaander voor raadselen plaatste. Door een lichte flikkering van het oog, een geheimzinnig lachje om de mondhoeken of een onverklaarbare opmerking begreep ik al spoedig, dat hij anders was en dat zijn opvattingen zich aan de gangbare normen onttrokken.
Welke normen hij zelf aanlegde, kon ik slechts vermoeden totdat hij met een eigen strip aankwam, die de lotgevallen van Horre, Harm en Hella behandelt..."
|

'Tom Poes en de Zwarte Sluiper', verscheen in Donald Duck, 1982
|
Na Toonders vertrek naar Ierland werd Andries Brandt benoemd tot chef van de stripstudio. De Tom Poes dagstrip kwam uit Ierland. Er was geen gebrek aan werk: er was de Donald Duck-productie, 'de Flintstones', 'Pelle Svanlös' voor het Zweedse Semic Press, 'Polletje Pluim' achterop Prinses, de 'Tom Poes' balloonstrip voor Donald Duck enzovoort - genoeg werk voor twee schrijvers (Andries Brandt en Patty Klein) en een flinke groep free-lance tekenaars: Ton Beek, Jan Steeman, Jan van Haasteren, Dick Vlottes, de drie Toonder-tekenaars Klokkers, Lensen en Godhelp. Piet Wijn, Dick Matena en Fred Julsing werden soms ingeschakeld bij lopende producties. Dan waren er nog tekenaars-schrijvers die samen een complete strip aanleverden, zoals Thé Tjong-Khing en Lo Hartog van Banda met 'Armand en Ilva', Fred Julsing met 'Komkommertje', Gerard Soeteman met 'Floris'.
Bert Kroon was directeur van de Studio, maar bemoeide zich niet of nauwelijks met de strip; hij was een film-man. Rond 1970 werd er een speciale verkoper voor de strip aangetrokken: Ab Dingemans-Wiertz. Andries Brandt en Patty Klein kregen opdracht om een groot aantal nieuwe strips te onwikkelen. Zo is bijvoorbeeld 'Horre, Harm en Hella' ontstaan en 'Bartje en Opa' (tekst van Klein, tekeningen Jan van Haasteren). Dingemans-Wiertz zag kans om de opbrengst van de strip in een jaar tijd te verdubbelen (vooral door de prijzen van de dagstrips die al jaar en dag voor dezelfde prijs werden aangeleverd, flink op te trekken).
|
  |
Toch bleef de stripafdeling rood staan in de boekhouding. De onkosten van de huur van het kasteel in Nederhorst, onderhoud kasteel, wagenpark, boekhouding en dergelijke werden namelijk fifty-fifty over de strip en de film verdeeld. De strip maakte wel winst (er werd immers bijna uitsluitend met free-lancers gewerkt), maar geen grote winsten, en tegenstelling tot de film.
Er kwam een grote opdracht van Kauka Verlag in München voor het blad Fix und Foxi in 1973. Bert Kroon waarschuwde dat koste wat kost deze opdracht binnengehaald moest zien te worden om de stripstudio te redden. Er werd een aantal verhalen gemaakt die zeer enthousiast werden ontvangen in München; de opdracht ging door, maar... Bert Kroon hief toch de stripstudio op. Eerst werd de verkoper ontslagen, zodat er geen strips meer verkocht werden. Toen werd met Andries Brandt een afvloei-regeling getroffen, zodat er ook geen strips meer gemaakt werden. De free-lancers zoals Jan Steeman, Jan van Haasteren en Patty Klein zochten hun heil bij Pep, Sjors en Donald Duck.
|
 |
Na maart 1973 bestond de stripstudio alleen nog uit de drie tekenaars in loonddienst (die vaak bij de tekenfilm werden ingeschakeld als er geen stripwerk was) en een aantal free-lance mensen die thuis hun eigen strip maakten voor kranten en dergelijke maar waar het stickertje Toonder Studio's wel in stond ('Arman en Ilva', 'Horre Harm en Hella', 'Aafje Anders', 'Floris' en de Toonder-strips als 'Tom Poes' en 'Panda'). Af en toe kwam er een reclame-opdracht binnen van firma's die op de goede naam van Toonder Studio's afkwamen. Dit is zo gebleven en alleen nog slechter geworden (de stripafdeling van de Toonder Studio's bestond bijna alleen nog op papier) tot in 2000 de studio écht opgeheven werd.
|
 |
'Panda' van de Toonder Studio's verscheen al in 1946 in Nederlandse kranten, en loopt nu nog steeds in de GPD-bladen als de Gooi- en Eemlander, Utrechts Nieuwsblad, etc. Het figuurtje Panda heeft in de loop der jaren nogal wat gedaantewisselingen ondergaan, vanwege het grote aantal tekenaars dat zich met de strip heeft beziggehouden. De strook hierboven komt uit 'Panda en de Meester-Zakenman', 1986.
|
Er was ook een gebrek aan mankracht, want veel tekenaars waren voor de VNU gaan werken, omdat dit tijdschriftenconcern een groot gedeelte van de stripmarkt in handen had en tekenaars nodig had voor onder andere het nieuwe stripblad Pep. In de jaren tachtig waren er nog maar drie tekenaars werkzaam voor de Toonder Studio's, namelijk Richard Klokkers, Frits Godhelp en Jaap Lamberton. De tekenfilmafdeling floreert, en Toonders droom van een lange, avondvullende tekenfilm gaat in vervulling wanneer de Bommelfilm 'Als Je Begrijpt Wat Ik Bedoel' in 1983 in de bioscopen gaat draaien en een groot succes wordt. In de negentiger jaren gaat het bedrijf naar de beurs.
|
| Hieronder nog enige foto's uit de oude doos van de Toonder Studio's (circa 1946): |
  |
Henk Sprenger poseert voor een Bommel-tekening voor tekenaar Wim de Mooij van Wieringen.
|
Van boven naar beneden, van links naar rechts: Frits Godhelp, Richard Klokkers, Cees van de Weert (?), Wim de Mooij van Wieringen, Henk Kabos, Mary Oosterdijk, Geertje Knoeff, James Ringrose, John van de Meulen, Ben van 't Klooster, Ton Beek |
|
| Herinneringen van medewerkers |
(met dank aan Patty Klein en Harry van den Eerenbeemt)
|
   |